Willem van Veldhuizen (1954)

'Het zal vreemd klinken, maar de eerste keer dat ik die geweldige schok van herkenning kreeg was op een herdenkingstentoonstelling van Mark Rothko (1903-1970). En ofschoon ik mij helemaal niet ontwikkeld heb in de richting van dit soort abstract expressionisme, heeft dit werk van Rothko mij toch de impuls gegeven mijn eigen weg te gaan. Ik zag dat het mogelijk is met schilderkunst een eigen houding aan te nemen.'

Wat Willem van Veldhuizen raakte in het werk van Rothko was het zoeken naar een balans op het platte vlak, de aantrekkingskracht van het grote kleurenvlak en de vibratie van de kleuren op zo'n groot doek. In de schilderijen van Willem van Veldhuizen zien we die fascinatie terug in de grote vloeroppervlakten van interieurs van musea. Musea bieden hem de goede ruimtes: ze zijn prestigieus met veel aandacht voor de architectuur en tegelijkertijd zijn ze sober om de kunst alle ruimte te geven. Niet dat hij de ruimtes letterlijk naschildert, want door verandering van de compositie schept hij fictieve ruimtes en wordt het uitzicht aangepast aan wat mooi is.

Door veel moderne musea te bezoeken wordt hem het motief geboden voor een nieuw schilderij. 'Als ik in een bepaalde ruimte ben en onder de indruk raak van de sfeer, de rust, de koelheid ervan, dan brengt dat emotioneel iets bij mij teweeg. Mijn haren en voelsprieten gaan overeind staan om te kijken hoe ik dat in een vorm kan gieten. Op het moment dat het in mijn hoofd vorm krijgt wordt het gevoelsmatige weggedrukt en wordt dan vertaald naar een rationele oplossing. De aantrekkingskracht tot het onderwerp is gevoelsmatig, terwijl de weerslag ervan een rationeel proces is.'



Techniek

Van Veldhuizen's schilderijen zijn over het algemeen volgens een vast patroon opgebouwd. Het bovenste, smalle gedeelte van het doek toont de achterwand of een glazen wand, waar door heen een tuin zichtbaar is met op de voorgrond een groot vloeroppervlak. De werkelijkheid van het gebouw of van de wereld daarbuiten weerspiegelt zich in de vloeren. Het achterste gedeelte is tot in de precisie geschilderd; dat werkt de kunstenaar eerst uit. Daarna bouwt hij de vloer op volgens een speciaal procede, dat de kunstenaar inmiddels perfect beheerst. De onderlaag en de schaduwen worden eerst aangebracht, daarna 'spettert' hij de verf over het doek. Kleur over kleur, laag over laag. Wat niet bespetterd mag worden, wordt eerst afgeplakt. Hij gebruikt de techniek op zo'n manier dat de verfspatten in ellipsvorm op het doek vallen, dit is van belang voor de perspectivische werking. Daarna komt de afwerking en worden de tegels zichtbaar. Uiteindelijk brengt de schilder ongeveer veertig lagen glacis over het vloergedeelte aan om het zijn typische glanzende dieptewerking te geven. Overigens gebruikt hij deze spettertechniek ook vaak om de wanden extra licht-donker nuances te geven.

Discipline en grote technische vaardigheid zijn vereist voor het soort werk, dat van Veldhuizen maakt. Door zijn werkwijze doet van Veldhuizen over een schilderij drie tot vier maanden. De kunstenaar heeft zich de schildertechniek eigen gemaakt door zelfstudie en door grondige studie van het werk van Peter Blake, een van Engelands bekendste pop-art kunstenaars, die volgens hem een fabelachtige techniek beheerst. Invloeden van klassieke en klassiek moderne meesters naast Rothko zijn er op verschillende manieren in het werk van van Veldhuizen te vinden. De schilder voelt zich verwant met Saenredam, met zijn voorkeur voor kleuren die dicht bij elkaar liggen, verstilling en sacrale ruimtes. In zijn museuminterieurs citeert hij naar hartenlust zijn favorieten in de kunst, zoals onder andere Michelangelo, Picasso, Man Ray, Newman, Rietveld en Le Corbusier. In zijn vroegere werk zijn de kleuren sober gehouden, bestaande uit lichte tinten in fijne nuances naast elkaar gezet om het evenwicht van harmonie, schoonheid en verstilling te bereiken.

Zijn recentere werk kenmerkt zich door een expressiever kleurgebruik, waarbij de kleur minder ondergeschikt wordt aan de vorm. De uitwerking van het interieur is minder gedetailleerd geworden, maar nog steeds staat het evenwicht tussen binnen en buiten of voor en achter centraal.



Chronologie